Verslag conferentie 100 jaar GGZ verpleegkunde: Een vak apart  
  gehouden op 6 september 2007, in de Jaarbeurs Utrecht.  
  verslag door: Jolijn Santegoeds  
  Stichting Mind Rights, www.mindrights.nl en www.mindrights.org  
     
 

Op donderdag 6 september 2007 vond het Congres 100 jaar verpleegkunde in de GGZ: een vak apart plaats in de Jaarbeurs in Utrecht. Het was een heel interessante en lange dag, waarbij ik bijna een prijs heb gewonnen. Hieronder staat het verslag van de hele dag.

Cecille aan de Stegge gaf een heel interessante samenvatting van haar onderzoek (en toekomstige boek) over de geschiedenis van de “verpleegkunde voor de psychiatrie”.
Een ijklijn in die geschiedenis is de opsplitsing van zorgtaken. Wat ooit begon als puur vrouwenwerk in de “zieken en krankzinnigenzorg”, is inmiddels uitgegroeid tot “Sociaal Psychiatrische Verpleegkunde”. Met de komst van mannen in het vak verpleegkunde, en vanwege de scheiding tussen mannen en vrouwen, kwam ook de daadkracht om een vakbond op te richten, o.a voor het regelen van de werkinhoud en ook om de rechten en plichten van de verpleegkundigen te regelen. Om de “imagoproblemen” van bijv. mannen die vrouwenwerk doen te verlichten kwam ook de splitsing tussen verzorgend, therapeutisch, organisatorisch werk enz. Deze opsplitsing wordt momenteel ook weer verstekt door maatschappelijke druk, maar is een echte verarming voor de zorg.
De registratie v dwangmiddelen vormt een andere ijklijn in de geschiedenis van de verpleegkunde. De zorg was 100 jaar geleden nog een echte artsenwereld (dat blijkt wel uit het verschil met het “verpleegkundig” congres 100 jaar geleden, waarbij enkel artsen aanwezig waren). Literatuur gaat ook vaak uit van artsen of over de beschrijving van dwangmiddelen. Het blijkt dat verpleegkundigen nauwelijks schrijven over hun werk. Het ontstaan van clientenbewegingen (mn Pandora) vormde daarin een tegenkracht en wees de uitvoerende verpleegkundigen op hun verantwoordelijkheden, waardoor zij ook een eigen stem kregen.

Verpleegkundigen schrijven nog steeds te weinig, Daarom is er vanaf nu een prijs voor verpleegkundigen die een essay over hun werk schrijven: de Kitty Verbeek Uil

Dikkie Roelofsen sprak over de zorg en de kwaliteit van leven. Vroeger was de “krankzinnigenzorg” vooral gericht op herstel, waarbij de client steun en begeleiding kreeg om zo snel mogelijk terug te kunnen keren naar de maatschappij. Verpleegkundigen boden daarbij dienstbaarheid en compassie in de zorg. Bezieling komt uit het hart. Passie is de drijfveer en de kracht van mensen, en zeker ook van hulpverleners en clienten. Passie staat voor doelen, betekenis, toekomst en hoop. Bij iedereen is soms even de passie weg. Het vuur wordt afgezwakt en doelen lijken onhaalbaar en betekenisloos. Dan ontstaat afstand en afwezigheid, wanhoop, moedeloosheid en weerstand. Er is nieuwe hoop en moed nodig om de passie opnieuw tot leven te brengen. Doorbreek de verwijdering en wek de passie op door contact aan te gaan. Clienten hebben behoefte aan contact, erkenning, eigenheid en betekenis in het leven. Mensen zijn het product van hun levensloop en clienten zijn het levende dossier met veel informatie. Contact is verbindend, verbroederend, en geeft het gevoel samen volledig mens te zijn. In plaats van weerstand en verzet met dwang en geweld te beantwoorden, zou verzet en afstand beter met nabijheid beantwoord kunnen worden. Woede, waanzin of verdriet zijn er niet voor niets. Het is nodig dit te erkennen en er iets mee te doen.

Gerard Lohuis en Marlieke de Jonge gaven een afwisselende presentatie, aangevuld met toepasselijke gedichten. Geluk zit in een zinvolle dagbesteding, goede sociale contacten en autonomie en clienten zijn doorgaans zoekend. Verpleegkundigen doen vaak mooie dingen intuïtief, zonder nadenken. De spanningsvelden in de zorg zitten o.a. tussen de intuïtie en protocollen. De psychiatrische verpleegkunde heeft een eigen “body of knowledge”, met verschillende types van kennis, zoals een collectieve waarheid (“feiten”) die “evidence based” wordt genoemd, een individuele juistheid (“keuze”) die “practice based evidence” heet, en de echtheid (“persoonlijke passie”) die op persoonlijke levensbeschouwingen berust. Verpleegkundigen moeten hun kennis vertalen naar bruikbaarheid voor hulpverlening, waarbij de zorg gericht is op betekenisgeving, identiteitsversterking en geluk.

Bas van Raay sprak over het ontbreken van een structurele methodiek voor omgang met familieleden en naasten in de hulpverlening. Familieleden hebben o.a. wensen, verwachtingen en vragen over de hulpverlening. In het contact met familie zijn directe interactievaardigheden (contact) en psycho-educatie (voorlichting) de belangrijkste elementen om voor duidelijkheid te zorgen. Via Ypsilon geeft Bas van Raay workshops en trainingen voor hulpverleners in de omgang met familieleden.

Dhr Herman Tjeenk Willink (Eerste Kamerlid PvdA en vice president van de Raad van State) heeft eigenlijk geen directe banden met de GGZ, maar wel met het onderwijs, waar de situatie mbt kwaliteit van diensten vergelijkbaar is. Hij gaf een ferme speech genaamd: “In Publieke Dienst”.
De overheid houdt zich niet bezig met de kwaliteit van zorg.
Het Openbaar Bestuur van de samenleving is o.a. opgericht om te voorzien in de zorg, wat in de praktijk neerkomt op het organiseren van de beschikbaarheid van zorg (kwantiteit) en de kosten (financiering). Het functioneren van de overheid wordt geleid door anderen, zoals de regering/ het Parlement, kwaliteitseisen en rechten enz.
Sinds de jaren ’80 is een neoliberale ideologie opgekomen (“New Public Management”) waarbij bedrijfsmatige beheerssystemen een steeds grotere rol gingen spelen in de besturing van ons land (met terminologie als productie, klantenbinding en levering, kleurrijke logo’s en brochures enz.). In deze ontwikkeling kwam er steeds meer ruimte voor de vrije markt en een terugtrekkende overheid. Vaak worden er tegenwoordig oplossingen aangedragen voordat het probleem eenduidig gedefinieerd is voor de betrokkenen, waardoor het probleem niet voor iedereen wordt opgelost. Vanwege de overheersende bedrijfsmatigheid in beleidsplannen, worden er vaak stand-alone systemen bedacht om een specifiek probleem aan te pakken (“bureaucratie”), waardoor de efficiency belemmerd word. Voor het oplossen van de hedendaagse problemen in de steeds complexere samenleving zijn interdisciplinaire probleemstellingen nodig waarbij Alle verschillende deelgenoten van het probleem vertegenwoordigd zijn.
De overheid laat zich leiden door oriëntatiepunten in de samenleving. Kwaliteitseisen worden geformuleerd door het werkveld zelf.
Door de neoliberale privatiseringen ontstaat er een versnippering van dienstverlening onder diverse zelfstandige ondernemers en organisaties, die tevens ook onderlinge concurrentie bedrijven. Ook ontstaan er (vervolgens) grote organisaties door fusies, waarbij de scheiding tussen uitvoering en beleidsmakers resulteert in een groeiende tussenlaag van bureaucratie, management, beleidsmedewerkers enz. die steeds verder weg komen te staan van de dagelijkse werkvloer. Doordat de tussenlaag van managers de contacten met veld steeds meer verliezen, vallen daarmee ook de oriëntatiepunten voor de kwaliteit weg. Door deze ontwikkelingen is de rol van de overheid minder duidelijk, en zijn politieke partijen in zekere zin “onzekerder”, want de oriëntatiepunten zijn immers een beetje weg. De overheid werkt bovendien ook vooral bedrijfsmatig (“faciliterend”) en de ideologie (ofwel de “passie”) leeft eigenlijk enkel nog in het veld.
Door het “isolement”van de directie/management wordt de bureaucratische, bedrijfsmatige logica steeds meer de leidraad van de publieke sector, met wetten, regels en bijv. DBC’s (Diagnose-Behandel-Combinaties). Economische motieven worden daarbij steeds vaker leidend, los van de kwaliteit. De GGZ is behoorlijk “onzichtbaar”, in het algemeen (in onze “foutloze wereld”)  en ook in de politiek blijkt er weinig aandacht en prioriteit voor te zijn.
De kwaliteit is daarmee een verantwoordelijkheid van de beroepsbeoefenaars geworden, want vooral zij kunnen die kwaliteit beoordelen.
Verpleegkundigen zijn de professionals en moeten dus hun eigen ervaringen inzetten om de knelpunten aan de bedrijfsmatige overheid duidelijk te maken.  “Als u niet piept, piept er niemand”
GGZ problemen zijn verbonden met sociale en maatschappelijke context (werk, gezin, woning enz) Met het weglaten van sociale achtergronden in de beroepsbeoefening, (bijv. door standaardisering van diagnoses) wordt een belangrijk deel van de sociale en maatschappelijke kennis dus als “misbaar” beschouwd. Doorgaans vindt het bedrijfsleven sociaal maatschappelijke kennis “te complex”, en verkiest “evidence based medicatie” (gestimuleerd door de medisch-psychiatrische lobby) in plaats van “Practice based evidence” (op maat). Door het buiten beschouwing laten van de sociaal culturele achtergronden ontstaat er minder tolerantie tav clienten, en daarmee xenofobie, waardoor de passie afzwakt. Verpleegkundigen moeten de ethische kwaliteit van hun vak verdedigen!

Om de verzuiling tussen verpleegkundigen, clienten, beleidsmakers, familie en buitenstaanders enz. te dichten is het noodzakelijk om de verschillende logica’s te kennen en interdisciplinaire probleemstellingen te formuleren, anders dreigt het gevaar dat de essentie uit het oog wordt verloren. Verpleegkundigen moeten erkend worden als professionals. Er is dus een noodzaak tot actie:
 “Als u niet piept, piept er niemand” en “zonder u ligt de hele GGZ plat”.

**

Daarna volgden twee series workshops.
Ikzelf was spreekster bij de workshop 100 jaar dwangmiddelen: het kan minder
, waar ik samen met Bert Lendemeijer voorlichting heb gegeven over het verminderen van dwang.
Vervolgens heb ik een workshop bijgewoond over de crisisdienst en de crisiskaart, waarbij het traditionele regionale karakter van de GGZ weer benadrukt werd..

Aan het einde van de dag was de prijsuitreiking van de Johannes van Duurenprijs, voor de verpleegkundige die zich het afgelopen jaar het meest heeft ingezet tegen dwang. Dat was Justine Theunissen (GGZ verpleegkundige en projectleider binnen de Gelderse Roos in Tiel). Ik kreeg een eervolle nominatie voor de prijs, maar ik ben ervaringsdeskundige (geen verpleegkundige), dus ik viel niet in de doelgroep. Maar ik ben echt trots op mijn nominatie!

Website congres: http://congres.depsychiatrie.nl/